Winter te Damme
     & andere minder beroemde
     gedichten van de jonge
     meester

     Hendrik Carette

     Uitgever: Sonneville -
     Nijgh & Van Ditmar (1974)

     ISBN: 90 236 154 1

 

De poëzie van Carette is vooral boeiend door de sterke plastiek. Het zijn verrassend beeldende gedichten, die aan hun soms vervreemdende concreetheid hun grootste kracht ontlenen. Soms kunnen die beelden wat surrealistisch aandoen en ook dan zijn zij raak, maar het zijn toch voornamelijk de zich verder uitspreidende verbeelding, schilderingen met treffende bijzonderheden, die doel treffen, zoals in het gedicht 'De vieze dichter':

'Een dichter is als een vroege visser
die door de stilte van de kille morgen waadt'
                                                     etc.

Dan is er verder ook de taal, die sterk is, persoonlijk, en de weekheid mist van veel zwakkere poëzie, maar tegelijkertijd een duidelijke sensualiteit bezit die zelfs wel eens een pastiche lijkt van Karel van de Woestijne, bijvoorbeeld in regels als:

'Ik ben een heilig lijk waaraan de dromen druipen.
En ook de dode die vergeefs naar doden jaagt'.

                                                             Pierre H. Dubois

 

                                        Terug in Mezelf
                                        het Maagdenvlies van mijn
                                        Koninkrijk doorboren

                                        Johan Sonneville

 

Katharsis

Mij in de tempel van de vlakte sluiten
naakt baden
in olie uit vervallen kruiken
mijn spattend zaak ontkrachten
gelaten dan de priesteres verachten
die huivrend reikt
haar borsten zwaar van rijp verdriet
een nooit gedronken maagdenlied.

(openingsgedicht)

 

terug