klacht van een
     grootgrondbezitter

 

     Hendrik Carette

     Uitgever: PoëzieCentrum
     (1985)

 

EEN ALBA

In de bevroren oorden achter de horizon, daar
waar geen wind waait, wachten de wachters.

Sneeuw valt op de besneeuwde velden
als dauw op rozen in het rosarium.

En hevig hevig glanst mijn nachtbruid
onder haar onzichtbaar opperkleed.

Boven de besneeuwde velden verduistert
de sneeuw het kille licht van de dageraad.

Maar in het oosten en het koudere noorden
verlaten de ruige rituele wachters hun oorden.

(openingsgedicht)

 

terug