Zijn reizen door tijd en ruimte verlopen zowel synchronisch als diachronisch. Zijn bezwerende poëtische litanieën zijn niet geschreven in de sepiakleur van een voorbije tijd, maar vormen de sleutel tot een hogere dimensie, met steeds een link naar het huidige tijdsgewricht.
Dr. Luc R.C. Deleu in het essay Diets dichter met open vizier in de Poëziekrant, 31ste jaargang, nr. 2, maart 2007.
Hendrik Carette (60) is niet het type artiest dat zijn opwachting in tv-shows maakt. Zomin als hij kan rekenen op de rode loper van het politiek correcte establishment van de schrijvende pers. Toch is hij een woordkunstenaar die al vele jaren als dichter en essayist kwaliteitsprodukten aflevert. Zonder zich een moer aan te trekken van heilige huisjes.
Uit de inleiding bij het interview: Hendrik Carette: de vrijheid van de dichter, verschenen in het weekblad 't Pallieterke van 7 februari 2007, p. 5.
Ik studeerde Afrikaans en vertaalde onder meer de recenste gedichten van de Vlaamse dichter Henrik Carette naar het Afrikaans. Dat blijkt een succes te zijn in Zuid-Afrika.
Leo Camerlynck in de nieuwsbrief van de Orde van den Prince, 21ste jaargang, nr. 3, jan-feb 2002.
Dit is Ich-Lyrik met een epische inslag : scenische poëzie waarbij bericht en voorstelling samenvallen. Scènes in een landelijk decor (dat niet wordt beschreven) waarin de waarnemer aanwezig is en soms handelend optreedt. (...)
Maar in de vierde en laatste reeks, die ook 'Pact met Pound' heet, staat Carettes mooiste zelfportret, 'Een wijze van zijn', een van de mooiste gedichten uit de wel mooiste bundel die Hendrik Carette tot hiertoe heeft gepubliceerd.
Renaat Ramon in de Poëziekrant van september-oktober 2001
Flaireur de livres, Carette est autant requis par la personnalité des écrivains dont les noms émaillent ses poèmes que par leurs oeuvres (cf. Wegen van wereldwijsheid). Poète savant, il évoque, dénote et connote avec une simplicité toute illusoire
l'univers plastique de Fernand Khnopff, de Paul Delvaux ou de Charles Drybergh. Les “remarques” sur huit tableaux d'Anselm Kiefer constituent autant de méditations sur cette germanité qui fascinait Macel Lecomte. (...)
Un ingénieux mélange de réalisme observateur et de romantisme refréné confère à la poésie de Carette ce ton tout particulier qui fut remarqué dès son début Winter te Damme (1974).
Henri-Floris Jespers in ça ira (bulletin numéro 8, 4ème trimestre 2001)
En zie hoe hij zich een mythisch landschap schept van moerassen en kreken en duinen en hierin de geschiedenis neerschrijft.
Bea de Rouck in Exit, het maandelijks cultuurmagazine van de Stad Brugge, nr. 77, van mei 2001.
In een barokke taal geeft hij weerklank aan een blij pessimisme, aan een charmante ironie gekoppeld aan afstandelijkheid en vereenzaming.
Frans de Craen in De Brusselse Post van febr. 2001
Tijdens de Phoenixperiode lanceerde Maurice het project New Jazz & Poetry, min of meer in de hand gewerkt door mijn literaire avonden. De bedoeling was om Brugse dichters in dialoog te laten treden met pianist Fred van Hove. De Prins der Zwarte Romantiek, Hendrik Carette, beet de spits af op 17-4-'81. Romantiek en Fred van Hove ? Ik bibberde bij de gedachte. Maar het experiment viel noch mislukt noch geslaagd te noemen. Carette reciteerde plechtstatig zijn verzen en hoe Van Hove ook probeerde de Prins uit zijn ritme te halen, Carette bleef overeind.
Patrick Spriet in Coltrane, Trappist & Dikke Maurice (Kruispunt, jaargang 39 - nr. 176 - september 1998)
Carette ontmaskert, rijt wonden open, vraagt en zoekt, verlegt steeds grenzen, daalt diep en klimt hoog.
Veerle Schiltz in Vlaanderen Morgen (1994/2)
Carette vanuit zijn dandyeske, met anekdoten gewapende en erudiete arglist...
Piet Thomas in De Standaard (6 jan. 1984)