OP HET BLOOTLAND AAN DE GRENS
In het zuiden van Dietsland, octember 1988, in de open ruimte
Weer ben ik op weg naar dat archaïsche land
rond die drie heuvelachtige Bergen
waar de beeldenstorm begon.
De Aa, een historische grensrivier,
is hier een stilstaand aalkanaal
en een brede beek voor stille peurders.
Toch zal ik deze negorij ooit nog
moeten verlaten om terug naar dat zo bekakte,
patserige en verfranste Stontkerque te gaan.
Omdat ik atavistisch ben en omdat die leden
van het Comité Flamand de France niet meer leven,
wil ik drinken bij Madame Monique in 't Café
En jij weet het: al na dat derde jeneverkelkje
zal ik dan nooit en nooit meer aan dit achterlijke,
boerse en o zo desolate Blootland willen verzaken.
Uit de nieuwe bundel 'Gestolen Lucht' (Gent, 2006, Poëziecentrum)
BACK IN TOWN
voor Jean Pierre Dumoulin
Weer flaneer ik door de hypocriete straten
en met een wagenwijde zwier zwaai
ik tot bij een open koets met een grijnzende
koetsier. En staar dan aapachtig
als een bonobo naar een vrouw in kimono.
Stap na stap herken ik de stegen,
maar ik haat deze winkelstraat
en wil wild plassen op een plein
waar de gevels blinken en de tegels
van het plaveisel ook goed stinken.
Even sta ik stil bij mijn zwaar verstoorde leven
en zelfs bij dat van Docre,
die satanische kanunnik,
maar boven die oude donkere crypte weerklinkt
een rauwe ondergronds gesmoorde kreet.
Uit de nieuwe bundel 'Gestolen Lucht' (Gent, 2006, Poëziecentrum)